Levi gebruikte drugs, maar Jezus hielp hem er vanaf te komen.

Vanaf jongs af aan ging ik met mijn ouders naar de kerk. Op een gegeven moment zag ik het nut er niet meer van in om op zondag mee te gaan. Ik was er klaar mee en richtte mij op het feit dat ik naar de universiteit zou gaan. Ik wilde een frisse start maken, lekker weg van huis. Op de universiteit voelde ik me met regelmaat depressief, maar ik liet dat niet aan de buitenkant merken.

Terwijl ik met mijn vrienden was, hield ik me groot zoadat het leek dat de universiteit geweldig was waarbij ik dronk en met meiden sjanste. Wanneer ik weer in mijn appartement terug kwam, werd ik steeds depressiever en was ik gaan blowen. Ik rookte iedere dag wiet en op een dag ging ik met een vriend naar een festival waar ik meer drugs had genomen dan ooit tevoren. Op de terugweg vroeg ik me af wat ik in vredesnaam met mijn leven had gedaan. Ik zei altijd dat ik nooit drugs zou gebruiken en nu was ik die persoon geworden die ik nooit wilde zijn.

Toen ik op een dag bij mijn ouders op bezoek wa,s vond mijn moeder een zak cocaïne en vertelde ik haar alles. Ik vertelde dat ik drugs gebruikte en dat ik daardoor gezakt was op de universiteit. Mijn moeder reageerde op wat ik zei en vertelde me dat ze me vergaf en onvoorwaardelijk van me hield. Ze zei dat niets wat ik ooit zou doen daar verandering in kon brengen. Daarmee liet zij mij de vergeving van Jezus zien en ik voelde me heel opgelucht.

Ik voelde me bevrijd en vanaf dat moment heb ik geen drugs of medicijnen meer nodig gehad. Jezus heeft me ervan verlost en Hij kan dat ook voor anderen doen. Jezus wacht op je, Hij wil je graag leren kennen en Hij wil je hoop en vrede geven. Jezus houdt van jou, ongeacht wie je bent.